Pacific Gas and Electricity, één van de grootste nutsbedrijven ter wereld, heeft een ongebruikelijke deal afgesloten. Het heeft beloofd om alle zonne-energie af te nemen die een kleine, geheimzinnige Californische startup gaat produceren. Maar je zult van hun geen keurige rijen panelen ergens in een gloeiend hete woestijn aantreffen – hun zonnecollectoren cirkelen 36.000 km boven de aarde. Daar gaan ze de eindeloze energie van de zon aftappen en naar energiecentrales op aarde zenden.

Dit is niet een of andere vage Californische hippiedroom. Er staan een verrassend groot aantal projecten voor ruimtezonne-energie in de steigers, ondersteund door kapitaalkrachtige partijen. Ook China is van de partij: het is van plan om in de loop van de jaren 2020 prototypen in een baan om de aarde te brengen. Rusland heeft al een prototype gebouwd en Japan ziet zoveel in het idee dat het een nationaal programma voor ruimtezonne-energie heeft opgetuigd en van plan is om in de loop van de dertiger jaren volledig operationele satellieten in de lucht te hebben. Verder is de Amerikaanse marine zeer geïnteresseerd, evenals verschillende ruimtevaartbedrijven. Is dit soms het begin van een tweede ruimterace?

Het is zeker een aantrekkelijk idee. In de ruimte heeft zonne-energie geen last van drie obstakels waar producenten op aarde mee worstelen. Behalve onvermijdelijk spelbrekers als wolken en het nachtelijk donker, speelt ook een minder bekend probleem een rol. Dat is dat zelfs op de langste, helderste en zonnigste dag de atmosfeer de invallende zonne-energie verstrooit en absorbeert, zodat er uiteindelijk maar een fractie van het oorspronkelijke vermogen overblijft. ‘Hoeveel je precies verliest hangt af van je locatie’, zegt Paul Jaffe, die bij het US Navy Research Laboratory in Washington D.C werkt aan ruimtezonnepanelen. Na het doorkruisen van de atmosfeer blijft er tussen een derde en een twintigste van de oorspronkelijke energie over.